header hoochsaet

van Hoochsaet naar Hoogzaad

van verleden naar heden

Caspar Hoogzaad 1876 – 1934
 
Cas heeft het in zijn jonge jaren niet makkelijk gehad. Reeds op zeven jarige leeftijd verloor hij zijn moeder. Hij was twaalf toen zijn vader overleed. Zijn enige broer Nicolaas was toen 20 en zijn zusters Neel en Sien resp. 17 en 14 jaar oud. Cas werd ondergebracht bij het kinderloze echtpaar Jacobus Stet, geboren te Velsen op 30-september 1843, en Theresia Isabella Paardekoper, geboren te Schoten op 28 augustus 1847. De heer Stet was tuinder van beroep en Cas was na schooltijd een welkome hulp op de tuinderij. De grond was eigendom van Jan Maas, die toen woonde in het huis waar nu de familie Van Schagen woont. Het huis van Stet (ook van Maas) stond aan de Rijksstraatweg. Het ging de familie Stet niet echt voor de wind, want er was aan het telen van groenten en aardbeien niet veel te verdienen. Bovendien was het geen sterke persoonlijkheid. De zaken werden niet altijd voortvarend aangepakt en de bemesting van het land liet hij soms achterwege. Toen Cas de zaken overnam was er op dat stuk grond niet veel eer meer te behalen. Toch heeft hij het daar nog een tijd uitgehouden. Hij trouwde met Corrie Jansen en werd de trotse vader van de drie kinderen. Het huis werd ook gebruikt als halteplaats voor de tram, er werd een flesje bier geschonken en ook rookwaar ging er over de toonbank. Op die manier werd de huishoudpot wat extra gespekt en de mensen hadden wat meer tijd om een praatje te maken. Tijd was toen nog niet altijd geld. Maar de tram werd opgeheven en het huis afgebroken voor de verbreding van de Rijksstraatweg. Casper en zijn gezin verhuisden naar het Hillegondswegje waar aan de rechterkant drie huizen stonden en iets verder een boerderij waar Toon Dijkman later nog in gewoond heeft. Het eerste huis werd bewoond door de familie Hoogzaad, het tweede door Frans Corsdam wiens oudste zoon nog een goedlopende fabriek van chips heeft gehad. Wie kende in de jaren zeventig niet de bekende ‘Dam chips met de rode ruit’. Het derde huis werd bewoond door Jan Bos. De tuinderij lag achter de boerderij van van Nesten.
 
Deze drie huizen en de boerderij zijn later op last van de Duitsers gesloopt.
 


Op 5 april 1930 volgde verhuizing naar Biezenweg 70 en van het huis wat er toen stond is nog een foto in de familie bewaard gebleven. Cas was altijd goedgemutst, lachte graag had vele vrienden en was stapelgek op kinderen. Voor hem erg jammer dat hij nooit de vreugde van kleinkinderen heeft mogen beleven. Zaterdags na gedane arbeid volgde zijn vrije avond. Eerst naar kapper Van Wijngaarden voor de wekelijkse scheerceremonie, het uitwisselen van de laatste nieuwtjes en moppen en tot slot biljarten. Zondags iedere week naar de Hoogmis, want de familie was zeer muzikaal. Na thuiskomst volgde er voor moeder de vrouw en de kinderen nog een tweede mis. die door pa à capella van het begin tot het einde uit volle borst gezongen werd. De werkdagen waren lang en zwaar. Als de groenten eenmaal in de kisten gedaan was, kwam de grootste ellende pas. Op een handwagen aangespannen met een hond moest hij zelf naar de veiling in Beverwijk heen en terug lopen. Door die lange werkdagen en de toen nog slopende ziekte malaria is hij toch nog veel te vroeg op 57 jarige leeftijd overleden.
 
Corrie, de derde uit een gezin van zes kinderen was elf jaar oud bij het overlijden van haar moeder, dus ook zij zal het niet gemakkelijk hebben gehad. Zij was 26 toen ze met Cas trouwde en in de ‘uitspanning’ aan de Rijksstraatweg ging wonen. Zij was een hartelijke vrouw en als Cas zijn biljartavondje had, ging Corrie naar haar schoonzus Jannie Hoogzaad-Arisz. Haar man Klaas was de enige oudere broer van Cas. Jannie in de wandeling Jannetje genoemd was een vrolijke tante en zo waren die zaterdagavonden de gezelligste van de week. Corrie heeft na de dood van Cas nog tot 17 november 1939 op de Biezenweg gewoond en vertrok daarna naar de Hagelingerweg 120 naast de familie Van Warmenhoven. Deze twee huisjes zijn in latere jaren door garagebedrijf Koene als magazijn gebruikt en omstreeks 1985 afgebroken. 1 juli 1941 moest ze op last van de bezetter haar huis verlaten en heeft in juni 1943 nog op de Wilgenlaan 102 te Haarlemmermeer gewoond. Genoeg van de eenzaamheid is zij later nog een huwelijk aangegaan met een oudere heer (Mesman?) die woonde aan het Tuinlaantje bij de Stadschouwburg in Haarlem. Dit huwelijk was niet wat zij er van verwacht had. De man bleek nogal zeurderig en voelde zich altijd wat ziekelijk. Zijn heengaan was niet moeilijk voor haar. Daarna heeft zij daar nog jaren genoegzaam en vredig geleefd, totdat zij op de gezegende leeftijd van 93 jaar is overleden.