header hoochsaet

van Hoochsaet naar Hoogzaad

van verleden naar heden

IJd Jacobsdr. ca. 1550 – 1626

IJd Jacobsdr. is onze oudste stammoeder. Voordat zij omstreeks 1580 met onze eerste stamvader Jacob Allertss Hoochsaet trouwde was IJd al eerder getrouwd geweest. Uit dat huwelijk was een zoon geboren dit Aris heette. Een kind uit een eerder huwelijk wordt een voorkind genoemd. Van onze stamvader Jacob wiens naam wel in enkele koop- en verkoopakten voorkomt is verder weinig bekend is. Geen datum van geboorte, huwelijk of overlijden. Daarom is het wel heel bijzonder dat van zijn vrouw en hun dochter Trijn de sterfdata wel bekend zijn. Nog opmerkelijker is dat er zelfs een grafsteen is. Deze grafsteen is hiernaast afgebeeld en bevindt zich in de Nederlands Hervormde Kerk in Hoogwoud.

Van links boven met de wijzers van de klok mee staat er gebeiteld:

hier leijt begraven Trijn jacobs dr sterf den 2en junij Ao 1623 hier leijt begraven ijd jacobs dochter sterf den 6 iannuwarij Ao 1626 en Arent corñ. sterf de 21 April 1665

Transcriptie met toelichting:
Hier ligt begraven Trijn Jacobsdr. gestorven 2 juni 1623 (Dit is de dochter van Jacob en IJd). Hier ligt begraven IJd Jacobdochter gestorven 6 januari 1626 en Arent Cornelisz. gestorven 21 april 1665. 
Dit alles geeft aan dat het gezin niet onbemiddeld was. Dat blijkt ook uit een codicil van 3 september 1609. In deze uiterste wil bepalen de ouders dat bij het overlijden van een van hen hun innocente dochter Trijn een legaat ontvangt van 400 karolus guldens. (Huidige waarde: ongeveer € 5.500,--.)
Van Arent Cornelisz. is niet bekend wie dat geweest is. Maar omdat hij bij IJd en Trijn in hetzelfde graf ligt, rijst het vermoeden dat het misschien een voorzoon van IJd geweest is.

 

Over IJed, IJda of ook wel IJd Jacobsdr. bestaat een heel mooi verhaal.
Lees de tekst hieronder.

 

De onteering van den H. Sacramentsdag gestraft te Langhereys, onder Hoogwoud in 1596
 
“In het jaar 1596 woonde er te Langhereys, onder de gemeente Hoogwoud, een Protestantsche vrouw met de naam Idken Jacobs. IJverig calvinist als zij was droeg zij den Katholieken godsdienst en alles wat er met stempel van katholiek was gekenmerkt, een grote haat toe. Daarom was zij dan ook gewoon om op de feestdagen der Katholieken kerk het vlas te spinnen, te wasschen en te laten weven.
 
Eens gebeurde het dat zij het pas geweven linnen in de loog zette, opdat het de juiste blankheid zou krijgen. Vervolgens legde zij het te bleken.
Als nu haar dienstmeisje op H. Sacramentsdag, welk feest in Hoogwoud met grooten luister werd gevierd, dit stuk linnen moest begieten, zag deze met verwondering, dat het damast met figuren was doorvlochten. Zij toonde het haar meesteres die het ook zag en bemerkte, dat die verschillende figuren Roomsche voorstellingen bevatten.
Men zag er: de Mis lezen, Biecht horen, het Doopsel toedienen, verder waren er bisschoppen, abten en kloosterlingen op afgebeeld, alsmede altaren, ciboriën etc. zelfs een paus stond op den voorgrond: maar vooral stond daar ook het heilige sacrament op afgebeeld, dat aan de geloovigen ter communie werd uitgereikt en verder nog vele andere ceremonies.
 
Vrouw Idken Jacobs was hierover zeer verstoord en trachtte op alle mogelijke wijzen deze afbeeldingen door wasschen uit het linnen te verwijderen. Doch tevergeefs. Het linnen kwam spoedig in handen der katholieken, die het zeer zorgvuldig bewaarden.
 
Toen echter de schout van Hoogoud dit ter oore kwam eischte deze het terug en wilde ook beproeven om door wasschen, de heilige afbeeldingen uit het linnen te doen verdwijnen. Toen dit ook hem niet gelukte, sneed hij het doek door midden en was van plan om het zelf te bewaren om het aldus aan de aandacht van het volk te onttrekken.
 
Spoedig stierf de Schout een plotselinge dood, waarna de katholieken, voor geld, wederom in het bezit kwamen van dit wonderbare linnen.
Waar het wonderbare linnen ooit terecht is gekomen wordt helaas niet vermeld.