header hoochsaet

van Hoochsaet naar Hoogzaad

van verleden naar heden

 West-Friesland
 
Voordat er wordt ingezoomd op de plek waar het allemaal is begonnen eerst iets over het ontstaan van West-Friesland in de provincie Noord-Holland. Vanaf het jaar 800 is er sprake van blijvende bewoning in dit gebied dat volledig onder een veenpakket met een dikte van 2 à 3,5 meter ligt waar de zee vrij spel op heeft. Grote gebieden vallen droog bij eb en worden bij vloed weer overstroomd, maar er zijn ook delen die boven de zeespiegel liggen en droog blijven. De eerste honderden jaren proberen de bewoners een steeds groter gebied aan grond voor landbouw en het houden van vee op grasland aan hun domein toe te voegen en aan de zee te onttrekken door slootjes te graven voor de afwatering en het materiaal dat daaruit komt te gebruiken voor het aanleggen van een dijkje rondom hun gebied. In de dijkjes worden aan het einde van de afwateringsslootjes holle boomstammen geplaatst die voorzien zijn van een klep. Die klep gaat bij eb open en sluit zich bij vloed. Dit eenrichtingsverkeer van het water heeft niet alleen tot gevolg dat het waterniveau binnen het dijkje daalt, maar ook de bodem. Rond het jaar 900 worden al deze dijkjes onderling met elkaar verbonden tot een veel groter geheel. Eind dertiende eeuw ontstaat zo uiteindelijk ook een hoger gelegen dijk. Het gebied hierbinnen wordt West-Friesland genoemd en de dijk eromheen de Westfriese Omringdijk. Een provinciaal monument sinds 1983.

Op het kaartje is te zien dat West-Friesland in vieren verdeeld is . De organisatiestructuur voor het onderhoud van de dijk heeft hierbij een grote rol gespeeld. Zo vormden vier buurtschappen of gehuchten een dorp en vier dorpen een banne. Vier bannen vormden een kogge en vier koggen weer een ambacht. De vier ambachten vormden en vormen tezamen het gebied dat nu West-Friesland genoemd wordt. Eén van deze ambachten heette het Hoogwouderambacht en is later de “Vier Noorder Koggen” gaan heten. Binnen dit gebied lag het landgoed “de Hoge Sate”.

Tot slot hieronder een fraai exemplaar van het embleem van de “Vier Noorder Koggen”

De emblemen van de vier koggen zijn van linksboven met de klok mee: Medemblik, Hoogwoud, Midwoud en Wognum.

 

Landgoed "de Hooge Zate"
 
Nu zoomen we in op de kogge Hoogwoud en omgeving.
 
 
Bij het artikel over de herkomst van onze naam is te lezen dat de naam "de Hoge Sate" pas rond 1500 in beeld komt. Heel kort wordt geschetst wat daaraan vooraf ging. Met veel dank aan Bernd Ooyevaar die mij hiervoor de gegevens verschafte. In 1365 waren de goederen, bestaande uit landerijen en huizen waarvan later ‘de Hoge Sate’ deel ging uitmaken, nog veel omvangrijker. Het geheel was in eigendom van Floris van Borsele, heer van Maartensdijk. Op 14 september 1365 gaf hij deze goederen in leen aan zijn neef Wouter Wissensz. De goederen bestonden uit 30 morgen* land in Hoogwoud aan de Wijsent met daarop huizen.

In 1437 blijkt dit landgoed verminderd te zijn tot 18 morgen land. Wouter Wissensz. was dan al lang overleden en het leen was inmiddels overgegaan op zijn zoon Willem Woutersz. Bij diens overlijden ging het landgoed weer over op zijn oudste zoon met de spannende naam Wouter Willemsz. Op 10 juli 1437 werd vastgelegd dat bij het overlijden van Wouter het landgoed naar zijn twee zonen ging. De oudste zoon Willem Woutersz. kreeg 11 morgen land met het huis en de jongste Dirk Woutersz. werd 7 morgen toebedeeld. In 1466 ging na het overlijden van Dirk Woutersz. zijn deel over naar zijn zoon Wouter Dirksz. In 1472 blijkt dat het grootste deel met 5 morgen land is toegenomen tot 16 morgen en aan de zoon Wouter Willemsz. van Willem behoort. De volgende beleningen van het inmiddels gespitst goed zijn niet goed te volgen. Toch wordt er in 1472 Willem Gerardsz van Poelenburg beleent met 4 morgen land dat een deel van het totaal geweest is. Deze Willem Gerardsz van Poelengeest mogen we zeer waarschijnlijk als bouwheer van hofstede ‘de Hoge Zaat’ beschouwen, gelegen op het landgoed ‘de Hoge Sate’. Op onderstaande foto ligt dit landgoed binnen de dikke stippellijn en wordt aan de westkant begrenst door de watergang de Langereis. Deze watertocht is in 1472 gegraven voor de afwatering van de Geestmerambacht.

De totale oppervlakte van het gebied "de Hoge Sate" rond 1500 was 14 morgen en 353 roeden groot.

*Een morgen is een oppervlakte land dat op een morgen door een span ossen kan worden omgeploegd. De Geestmerambachtse morgen is 0,9048 ha en de Drechterlandse morgen 0,9225 ha. Voor het landgoed “de Hoge Zate” betekent dit dat het ongeveer 13 hectare of 13 bunder groot geweest zal zijn.